Verslag Jos Palm: ‘De Gewone Man: Een kleine mensheidgeschiedenis’
Welkom
Ondanks de warmte deze dag is de zaal driekwart vol wanneer de lezing van Jos Palm over ‘De Gewone Man’ begint. Daniël introduceert Jos met de vraag “wat boeit je zo aan de gewone man”? Het antwoord bestaat uit verschillende lagen waaronder een verleden rond het uitdelen van De Tribune en zuster Lucy, maar dat komt later. Jos is zelf een zoon van een Gewone Man, zijn vader is middenstander met een kleine winkel. Hij kreeg de opdracht om het verder te schoppen dan zijn ouders en hij voltooide de lerarenopleiding geschiedenis en ging geschiedenis studeren, eerst aan een avondopleiding voor leraren, daarna aan de universiteit in Utrecht. Jos heeft het ruim 25 jaar het radioprogramma OVT gepresenteerd, podcasts gemaakt en vele journalistieke arbeid gedaan; en dat alles in het teken van de Nederlandse geschiedenis. Verder heeft Jos twee kinderen en een hond en hij woont met zijn vrouw, ook schrijver, in De Pijp.
De mensheidgeschiedenis heeft de gewone man van alle tijden als onderwerp. In de Steentijd liepen de mensen al rechtop: daar begint de lezing over de geschiedenis van de gewone man en hij eindigt in de lezing in de jaren 70 ongeveer. Het is een ‘Eurocentrisch’ verhaal maar raakt ook het kolonialisme. Dit is een lezing met plaatjes en uitspraken (die in dit verslag schuin zijn weergegeven), waar Jos met veel enthousiasme en scherpe observaties de geschiedenis omheen vertelt.
De lezing
De Wereld lag aan zijn voeten, hij moest alleen nog leren lopen. De eerste afbeeldingen van de mens zijn in de rotsen zichtbaar.
Er is een prehistorisch beeldje van 25.000 tot 30.000 jaar oud van de Venus van Willendorf. Dit was de godin/moeder waarin hij kon wegzakken alsof ze een zitzak in een leefkuil was, de vrouw achter de man, die hij zich eeuwenlang thuis zou wensen.
Hij ging in hutjes wonen, dicht en knus op elkaar. Wanneer de mens is opgehouden met jagen en rondtrekken en verzamelaar is geworden, vestigt hij zich (rond 10.000 voor Christus (v. Chr.)). Daarvoor waren er alleen maar vreemdelingen voor elkaar en nu krijg je het verschil tussen ‘vreemdelingen’ en ‘autochtonen’. Op de plaat (een geromantiseerd beeld uit een schoolboek) komt de man net van het karwei; de vrouw snijdt tarwe: neolithische revolutie. J.J. Rousseau: “de dood of de gelijkheid”: een vertoog over de ongelijkheid op het moment dat de mensen ophouden te jagen, gaan ze zich vestigen, hun grootgebied afperken en vanaf dat moment wordt de mens onnatuurlijk en wordt bezit leidend voor het gedrag.
Waar stond Culemborg toen?
De oudste vondst (5.000 v.Chr.) is een vuurstenen bijl die bij Goilberdingen is gevonden in 1971 door André Molenaar: de eerste Culemborgers zijn dus jonger dan deze eerste mensen waren. In de periode 2.000-800 v.Chr. kon dit tafereel ook in Culemborg worden gezien.
Eens een boer, altijd boer, tot in het hiernamaals waar hij als slaafschim mocht werken. Nu denken we dat je een tweede kans krijgt want volgens het christendom is er gelijkheid in de hemel. Vroeger was er ook daar verschil.

Toen het recht voor het eerst geformuleerd werd, bleek hij het afvalputje. Hammurabi: het begin van wettigheid en rechten. Hij had een wetboek gemaakt (rond 1.700 v.Chr.) en hij legt vast (op klei gezet) wat de rechten en plichten van mensen zijn, en met name van de onderdanen. Hij beschrijft heel specifiek wat de straffen zijn voor elke misdaad, bijvoorbeeld regel 198: als het oog van een meerdere beschadigd wordt dan moet er door de gewone man vergoed worden.
Slaven en boeren konden geen gelukkig, edel en welvarend leven leiden. Ze waren te druk doende met hun ditjes en datjes. Er zijn arbeiders hard aan het werk op een wandschildering van Pompeï. We zitten in de Grieks Romeinse tijd: er zijn bronnen, ontwikkelde mensen gaan schrijven over de gewone mensen. Aristotelis: men kan als een gewone man of arbeider niet gelukkig zijn. Seneca: je moet je niet druk maken; stoïcijns; leg je neer bij de dingen zoals ze zijn, zoals dat de ambachten van de gewone man de lagere bekwaamheden vereisen.
Dus: de wijze waarop men naar gewone mensen kijkt is dat ze er niet toe doen en er is om de wijzen en rijken te laten genieten. De samenleving draait om eer en status en dat krijg je door te vechten en grote dingen te doen. En hoe kijken de gewone mannen hier zelf naar? Dat weten we niet van hemzelf maar van een aantal schrijvers van toneelstukken. Zoals in het door Gaius Petronius Arbiter geschreven Satyricon: “ik ben niet minder waard dan een ander vrij mens” en “Nooit hebben ze ook maar enige notie genomen van het gewone volk en dat is wat ons het meest naar de keel vliegt”. Ook nu nog is het gevoel van ‘gezien worden’ nog steeds belangrijk en helaas wordt de gewone man niet altijd door bijvoorbeeld de rijken of politici gezien.
Ik ben van jou voor twee asses: In het Romeinse rijk tierde de prostitutie weeldig.

Een afbeelding van vechtende heren, de gladiatoren in de tijd van het Romeinse rijk. Als een klein kind dat zich verheugt op een feestje, leefde hij naar de moordspelen toe. ‘Brood en spelen’ waren belangrijk bij de Romeinen. “Als je mensen niet economisch en sociaal kunt geven wat ze willen, geef ze dan spelen.”. Die spelen waren wijd verbreid. De gevangenen vochten met elkaar: de een had een speer, de ander alleen een schild en het ging erom die te vermoorden; vervolgens werd degene die eerst een speer had met alleen een schild naast een man met speer gezet en werd er opnieuw gemoord. Op de tribune zaten rijken maar ook de gewone mannen en volgens Augustinus gedroeg hij zich als volgt: “Hij keek, schreeuwde en liet zichzelf volledig gaan.”.
Waar stond Culemborg toen?
Culemborg is in Romeinse tijd ook bewoond geweest. We weten welke types er dan zijn: vechtlustige roodharigen, woeste blauwe ogen, hoog opgestoken haar, fors postuur. Beschaving kwam hier later.

Hij mocht dan als armeluis van niemand zijn, er was ook niemand verplicht zich om hem te bekommeren. Middeleeuwen. Schilderij van Jeroen Bosch: een marskramer, beetje armoedig, een vreemde. Wantrouwen tegen vreemdelingen bestond toen ook al. Landbouw en lijfeigenschap (gebonden aan de grond van de heer, onzelfstandig) was toen gewoon (“feodaliteit is er ingeramd”, aldus Jos). Recht van de eerste nacht, wat betekende dat de Heer het voorrecht had met de vrouw van zijn horige te slapen. God heeft alles geordend en bepaald: maar in het christendom is, zeker ook na het optreden van Franciscus van Assisi, ook voor God iedereen gelijk en de armen zullen eerder het hemelrijk bereiken dan de rijken. Genade is een gunst, geen recht.
De armen der stad sterven in hun holen. De pest is in de middeleeuwen een groot ding. Komt in golven. Maakt miljoenen slachtoffers. Iedereen gaat dood maar in Joodse wijken vallen minder slachtoffers (‘verbond met Satan’, dacht men en men wist niet van hygiënische leven).
Waar stond Culemborg ten tijde van de pest?
Onderzoek van Hans Saan met als bron een inwoner van Culemborg die praat over pest (1348-1357): “Weet je wat je moet doen als je de pest niet wilt krijgen: wat steengruis van de pilaar in de kerk afschrapen, draag dat op je huid.” Hans heeft het in de huidige taal gezet om een beeld te geven van het denken van die tijd. Er is over slachtoffers weinig bekend maar ze waren er wel. Culemborg was geen eiland.
In de Middeleeuwen kwam er een positieve wending voor gewone mens want de armenzorg op christelijke basis kwam op. Franciscanen en Dominicanen. Armen worden enigszins geholpen. En er is ook nog steeds de keiharde samenleving waarin je niemand bent als je niets hebt. ‘Koning, Keizer, Admiraal’ hebben veel te zeggen. Stadsrechten leverden kleine eilandjes. Vakmanschap en handelaar: maakten het mogelijk je los te maken van de verbondenheid aan de heer (feodaliteit). Maar de gewone man is nog geen ‘burger’.
(Pauze)
Hij zou liever lanterfanten en rondhangen dan werken. Een plaatje uit Vlaanderen van de gewone man die pauzeert met een pintje en een sigaartje.
Het ongedierte: een krielend en indrukwekkend stelletje bedelaars. Een heel ander plaatje uit Engeland: gehandicapte mannen.
We zijn in de 17e en 18e eeuw aangeland. “Deze soort mens vormt het grootste deel van het volk. Daar moet regering oog voor hebben. Als het met de dagloner slecht gesteld is dan is het met het land slecht gesteld”, aldus Jos, de Franse schrijver Diderot citerend.

Gewapend met keukenmessen en wat verder voorhanden was trokken de volksdames naar Versailles. De bestorming van Bastille was op 14 juli 1789: daar binnen zaten maar weinig mensen, maar het fort vertegenwoordigde de onderdrukking door het koninklijk gezag en de aristocratie (die een extravagante levensstijl hadden ten tijde dat de graanprijzen stegen en er hongersnood was bij de gewone man). Deze mars naar het paleis van Versailles (de hongermars of vrouwenmars op 5 oktober van dat jaar). Deze demonstratie dwong koning Lodewijk XVI en zijn koningin Marie Antoinette om van Versailles naar het Tuilerieënpaleis in Parijs te verhuizen, wat een belangrijk kantelpunt in de geschiedenis van de Franse Revolutie was en een nieuw machtsevenwicht aanduidde. Vrouwen hadden dus een belangrijke rol.
Hij noemde zichzelf sansculotte, ‘mens zonder kniebroek’, en zette de bonnet rouge op zijn verlichte kop. De Patriot die gaat voor zijn land. Gewone mensen gingen ineens met een vlag lopen en gingen zich patriot noemen: ook een kantelpunt. Andere landen willen geen revolutie. Vrijheid, gelijkheid en broederschap of de dood. Mensen worden met gelijke rechten geboren.
Waar stond Culemborg ten tijde van de Franse Revolutie?
Om een of andere reden waren de patriotten heel populair. Moet de Republiek blijven of niet; Oranjes waren er ook. Daar wilden de patriotten vanaf en zoveel mogelijk een vrij mens worden (jaren 80 van de 18e eeuw). Patriotten verdwijnen naar Frankrijk (omdat Willem V komt) en komen later weer terug.
God hield van de armen, in het bijzonder van de armen van geest. Plaatje uit Duitsland van Jezus bij het tafelgebed. Als je gewoon mens bent en je je plaats kent, (volgend, gezagsgetrouw) dan gaat het je goed. De ‘sociale kwestie’ wordt steeds duidelijker: men gaat inzien dat er een probleem is waar iets aan moet worden gedaan.
Ze hadden het over zijn afstomping en zijn lichamelijk en geestelijk verval. Schilderij van ‘De Aardappeleters’ (Vincent van Gogh, 1885): zo kon het ook worden verbeeld.

Hij koos zelfbewuste liederen en riep brutale leuzen: Affiche van de gewone man bij de spoorwegstaking in 1903 met als tekst eronder: “Gansch het raderwerk staat stil als uw machtige arm het wil”. De gewone man die de treinen tot stilstaan maant met aan zijn broekspijpen ‘de worstkoningen van het kapitaal’ (hoge heren met hoed) die aan hem trekken. Eerst beter loon en goede werkomstandigheden. De arbeider is hier zelfbewust.
Waar stond Culemborg begin 20ste eeuw?
Culemborg had een bloeiende sigarenindustrie. Een bond die strijdbaar is. In 1891 wordt een staking uitgeroepen (Dresselhuis, van Enden, Laan): “Gehoord hebbende de grieven willen we meer loon, betere behandeling, afschaffing van de boetes en zaterdag werken tot 18 uur”. Fabrikanten willen liever de fabrieken sluiten dan toe te geven. De staking wordt niet afgemaakt: mensen gaan weer aan het werk. Er is ook een kleermakersstaking. Culemborg loopt voorop met de stakingen. Een van de eerste CAO’s is hier tot stand gekomen.
Kinder- en vrouwenarbeid is dan nog heel gewoon, zoals twee foto’s uit die tijd laten zien. Ik heb ze wel in slaap zien vallen, en hun handen nog zien doorwerken terwijl ze sliepen. En: De gewone man moest aanzien hoe zijn gemalin zich kapotwerkte en het risico liep tot een straatbloem te verwelken.
“Bevorder het algemeen belang en gij zult het meest uw waarachtig eigenbelang behartigen,” werd de leus van liberale heren met een neus voor risicomijding en zelfbehoud. Als kapitaal goed gaat, gaat het de arbeid ook goed. Het Kinderwetje van Van Houten had alleen betrekking op kinderen onder de 12 én ging alleen over werk in fabrieken; er was ook slechte handhaving. Paus Leo XIIII deed met de sociale leer van de Katholieke Kerk een poging de rechten en plichten van de arbeiders te benoemen. In Amsterdam trokken de liberale heren de arme wijken in met plantjes: “Als je die goed verzorgt, dan ga je ook op je zelf letten en je kinderen”. Er waren ook heren die met een schaakbord de arme wijk introkken om de kinderen schaken te leren. Of een bibliotheek werd opgezet, om het volk te verheffen.
Waar stond Culemborg?
De winkel van de socialistische coöperatie De Eendracht was gevestigd op de Markt. Daarnaast had deze coöperatie in de Dahliastraat nog een bakkerij. Een van de oprichters van de coöperatie De Eendracht was Otto de Beus. Dit werd hem vooral door de Culemborgse middenstand nogal kwalijk genomen.
In de Zandstraat was de winkel voor katholieke inwoners ‘Ons Voordeel’.
Meer huiselijkheid zou eveneens helpen om weg te blijven van de kroeg en daarom richtten afdelingen van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen in diverse plaatsen in Nederland Floralia-verenigingen op. Zo ook in Culemborg.
Hij had niets te verliezen dan zijn ketenen, zeiden ze. Een beeld van het uitgaan van de fabriek uit 1908 (Bart van der Leck): mensen met ongelukkige gezichten. Een beeld van de arbeidersklasse eerste jaren van de 20ste eeuw. Ze gaan zichzelf bevrijden van de ongelukkige situatie als het aan Engels en Marx ligt: volgens hen lijden ze aan een vals klassenbewustzijn en moesten pakken waar ze recht op hebben.
Ter nagedachtenis aan ‘onze helden’ stond er op de beeltenissen waarin zijn soort was weergegeven in een zwaaiende voorwaartse beweging vol ongeduld om te sterven. Napoleon, de Eerste Wereldoorlog: teleurstelling want ineens werden gewone mensen gedwongen elkaar uit te moorden. Het beeld van stoere mannen in uniform en met wapens dat Jos toont is een grote leugen. Jos geeft aan: “Je moet ze wel een heldenstatus geven want ze zijn overleden.”

Hij liep in zijn enige en beste zondagse pak over straat met een bord waarop was te lezen dat hij een betrouwbaar werkman was. In de jaren 30 was een demonstrerende gewone man in pak met een bord met ‘Wie helpt mij aan werk, onverschillig wat’ een gewoon beeld (de foto is uit Deventer). Het was crisis: de gewone man was aan het vooruitgaan en de democratie bestaat, maar een sociaal vangnet nog steeds niet. Mensen kunnen verkeerde en gevaarlijke dingen doen, zoals het volgende beeld van de NSDAP laat zien. De gewone man kreeg een nieuw kruis – ditmaal met agressieve weerbarstige haken. Sociale democratie moeten we maken: iedereen een basis geven zodat hij niet in armoede vervalt. Na de Tweede Wereldoorlog zie je dat ook in Nederland.
Hij reed met eigen autootje en caravan erachter naar onbekende zonnige oorden. Dat leidt tot vakanties. En gelijkheid van man en vrouw: het gaat beiden goed Hij zou, beloofden ze, een echte huisman, een voldane ingezetene worden van de brave nieuwe aarde. Er is een zekere welvaart en welzijn. Dit zijn niet de mensen die gaan demonstreren, maar wel redelijk tevreden zijn. Er is een basis voor hun bestaan. Sociale democratie is werkelijkheid. Kom er niet aan want: Hij ging zijn vuisten weer ballen, niet voor de zaak van de mensheid, maar voor de zaak van zichzelf.
De gewone man is een lange weg gegaan en maakt het op dit moment redelijk goed. Nu staat het er goed bij, maar helaas wordt dat vaak niet zo ervaren.
Tot slot
In het begin van de lezing noemde Jos Palm twee aanleidingen voor het boek en de lezing over ‘De Gewone Man’. Eén ervan was zuster Lucie. Op de 21ste verjaardag van Jos kwam zuster Lucie (die tot dan in een klooster had gewoond) in het gezin en gaf een boek over het alledaagse leven in de geschiedenis met een briefje met een opdracht erin. Die opdracht bevatte de zin: “Je gaat vast op een dag een heel bizonder boek schrijven, over heel gewone mensen, met een klein vonkje van geloof in De Heer!”. Voor Jos voelde dat als een opdracht. En die heeft hij vervuld!
Vragen
Vraag: dienstplicht was er ook al in de Middeleeuwen?
Antwoord: dat was een arbeidsdienst; misschien was dat ook wel al een soort dienstplicht. Zou waar kunnen zijn. Verschil is misschien dat het toen ging om een afspraak tussen een heer en zijn lijfeigenen en het was geen algemene regel of wet, wat dienstplicht vaak wel is.
Vraag: is de gewone man niet belangrijker geworden?
Antwoord: Of juist niet belangrijker want het sociaal benul is er bij de multi-tech-heren niet. Geen ‘verheffen van de gewone man’. Opstekertje: Hans Spekman sprak, namens de FNV, over de besparingen op de WIA, WW en AOW. Waarbij Jetten reageert met: “Maar ik hoop dat de last van gewone mensen beperkt blijft.”
Vroeger was Jos’ actie stencils maken en rondbrengen. Toen was je zichtbaar, Nu, met sociale media, blijf je in anonimiteit en Jos ziet dat als een vorm van lafheid. Wordt de gewone man weer minder zichtbaar?