Skip to content Skip to sidebar Skip to footer

Verslag lezing Flora Batava 23 mei 2023

Lezing over waar geschiedenis en natuur elkaar ontmoeten: de Flora Batava door Norbert Peeters

Met in het vooruitzicht het verschijnen van de Voetnoot over de Flora Culenburgensis, organiseerde Voet op dinsdag 23 mei een lezing over de Flora Batava waar de Flora Culenburgensis (geschreven in de periode van 1863-1865) ook deel van uitmaakt.

Norbert Peeters is deze avond de spreker. Samen met conservator en historicus Esther van Gelder (werkzaam bij de Koninklijke Nationale Bibliotheek) was hij verantwoordelijk voor de hoofdredactie van de heruitgave van de Flora Batava, een heel langlopend werk. Daarnaast verschenen van zijn hand onder meer: Botanische revolutie: de plantenleer van Charles Darwin (2016), Rumphius’ Kruidboek: Verhalen uit de Ambonese flora (2021) en Wildernis-vernis: Een filosoof in het Vondelpark (2022).

De Flora Batava
De Flora Batava: ‘Batava’ slaat op de Bataafse Republiek; ‘wilde planten’ is wat er van nature aan plantensoorten groeien in ons land. De Uitgeverij Lannoo heeft meerdere van dit soort prachtige facsimile uitgaven gemaakt om mooie werken uit het verleden op betaalbare manier toegankelijk te stellen voor een breed publiek.. Het is een geïllustreerde inventarisatie van de 2.630 soorten wilde planten.

Nu zijn er van deze 2.630 soorten 100 iconische soorten uitgelicht en op ware grootte afgebeeld. Allerlei deskundigen belichten een iconische plant. Zoals de Maretak, die vroeger alleen in Limburg werd gevonden maar nu ook bij ons in de buurt. En de Roggelelie, die minder meer is te zien. Of de eenstijlige Meidoorn en de gele Lis: beiden bloeien nu veel en er worden verhalen omheen verteld. Twee planten zijn in Culemborg verzameld door amateur-botanici: Stippelganzenvoet en Schaduwgras (bij het Spoel).

Wat is een flora?
Een flora biedt een overzicht van alle wilde (en verwilderde) plantensoorten die groeien in een bepaald gebied. Vegetatie is de totale plantaardige biomassa in een omgeving en flora verwijst naar de diversiteit aan soorten. Flora heeft ook het idee van iets goddelijks: verwijzend naar de godin Flora, die bijvoorbeeld met uitzonderlijke tulpen is afgebeeld. De bloemen waren iets waarin de rijkdom werd getoond, bijvoorbeeld in tuinen van rijke kooplieden. Flora draagt doorgaans de connotatie van vooral bloemplanten, soms ook heel klein en teer, zoals het Zinkviooltje in Limburg.

Wat is een plant en rekenen we tot een flora?
Dit is aan verandering onderhevig: schimmels werden eerst als plant gezien en krijgen op een gegeven moment een eigen ‘rijk’. Planten worden onderverdeeld in Fanerogamen (“openbaar huwelijk”: de stamper en meeldraad zijn goed zichtbaar) en Cryptogamen (“verborgen huwelijk”: waarin de geslachtsorganen verborgen zijn). Bijvoorbeeld de vijg: een klein bloementuintje in de vrucht. En de varens zoals de Koningsvaren: die vruchtbare aren met sporenkapsels hebben los van de bladen. En de Korstmossen, bijvoorbeeld Baardmos. Maar ook de paddenstoelen krijgen een plek in de Flora zoals de Ruige weerschijnzwam (als niet groene, cryptogame planten): het ondergrondse mycelium kende men in de tijd van de Flora nog niet. En de Spitschubbige parasolzwam: met een enorme kracht kunnen ze zelfs door asfalt breken. En de Gekraagde aardster, ontdekt in de duinen bij Haarlem, maar die ook in Indonesië door een Duitse botanicus is gevonden.

Er staat ook een dier in de Flora: een Zoetwaterspons. Nu zien we dat als een dier en niet als plant.
De 2400 soorten moesten opnieuw gedetermineerd worden. Er waren 116 mossen, 598 schimmels, 1573 zaadplanten en een groep ‘anders’.

Waarom Batava?
Bataafse Republiek: de Flora is in 1800 gestart en toen waren we nog een vazalstaat van de Fransen. In verschillende landen zie je flora verschijnen (na de kruidenboeken); zowel in Engeland als Nederland waren er amateurs die enthousiast waren en kwam het initiatief van onderop. De tsaar van Rusland gaf top down een opdracht.

De Flora en Kops
In Nederland is er een prijsvraag (1787) van de Hollandsche Maatschappij van Wetenschappen. Gewonnen door Steven Jan van Geuns, die een Verhandeling over de Inlandsche Lantgewassen (1788) schrijft; hij wint de prijs. Er zijn veel meer mooie planten in ons land, ook medicinale, waar we niet naar omkijken. We houden ons ‘meer bezig met het kweken van uitlandsche bloemen en vreemde gewassen’ terwijl er ook zo veel moois inheems is. Ook Carolus Linnaeus, een Zweedse natuurgeleerde, zegt iets dergelijks.

Toen uitgever Jan Christiaan Sepp en landbouwcommissaris Jan Kops in 1800 van start gingen met dit geïllustreerd overzichtswerk van alle Nederlandse planten, konden zij niet vermoeden dat het laatste deel pas in 1934 zou verschijnen. Je kon je in afleveringen inschrijven en dan zelf de verschillende uitgaven inbinden. Dat werd ook gedaan, geordend en wel.

Jan Kops werd hoofdredacteur voor de eerste 10 delen, Planten werden verzameld door de botanicus met hoed, paraplu en botaniseertrommel. Dat was best nog lastig: er waren lang nog niet overal paden op de woeste gronden. En je moest meerdere keren er op uit, want je wilt alles afbeelden van de plant: zaadpluis, bloem, blad, wortel. Norbert laat een Echte Koekoeksbloem zien: de echte plant is er bij geplakt. Ook is er een afbeelding van Wildemanskruid, dat er nu niet meer is in het wild.

Wat heb je er aan?
Je kunt de planten herkennen. Het lemma (tekst naast de afbeelding) geeft een botanische beschrijving, de Latijnse en Nederlandse naam (per regio vaak ook verschillende namen of bijnamen). Linnaeus deed een taxonomische handreiking die al snel werd overgenomen: de geslachts- en soortnaam werd opgenomen. En kenmerken die maken dat je de plant kunt determineren (zoals een knikkend kopje); de flora geeft geen afbeelding van de werkelijkheid maar biedt de soortkenmerken. Vaak werd ook de groeiplaats gegeven. En vervolgens heel uitgebreid wat je er mee kunt, hoe je de plant kunt eten of anders gebruiken. Dat ging ook nog wel eens fout…

Van Eeden
Na Kops kwamen er verschillende redactionele wisselingen. Tot Frederik Willem van Eeden (amateurbotanicus, museumdirecteur en telg uit een bollenkwekersfamilie), die de delen 13 – 20 redigeert. Hij drukt zijn stempel op deze nieuwe delen: het gaat hem vooral om de plant zelf en niet zozeer wat wij aan een plant hebben. Het huishoudelijk gebruik wordt terzijde geschoven. De aandacht moet aan de plant worden besteed en zingt los van de nutsvraag. Ook is er meer oog voor de schoonheid van wilde planten.

Daarmee werkt Van Eeden in de lijn van Alexander von Humboldt: “De natuur is in elke hoek van de aarde een weerspiegeling van het geheel”. Humboldt kijkt ook naar de verspreiding van planten en maakt daar ‘infographics’ van: vegetatiezones van planten worden afgebeeld op een plaat van een berg, die worden gekoppeld aan allerlei metingen (luchtdruk, temperatuur, ondergrond, dieren, etc.). Zo komt er steeds meer nadruk op de omstandigheden waarin de plant leeft. Van Eeeden maakt vele botanische duinwandelingen. In de duinen ziet hij een weerspiegeling van de flora van de wereld. Zo zou bijvoorbeeld Rendierkorstmos verwijzen naar de Siberische toendra’s. De Speerdistel doet denken aan de cactussen die op de prairie groeien. Hij merkt dat duinen veel micromilieus hebben: het kan verkeren. Zo is er ook alpiene flora te vinden zoals Wintergroen, Parnassia en het Zandblauwtje.

Vervolgens kwamen er 7 delen van Vuijk en 1 deel van Lütjeharms. Meer en meer kreeg de Nederlandse Botanische Vereniging invloed. Ook vrouwen werden bij die vereniging toegelaten, omdat het plukken, drogen, tekenen van planten als onschuldig tijdverdrijf werd gezien. Vrouwen worden ook deskundiger, bijvoorbeeld Johanna Westerdijk de eerste vrouwelijke hoogleraar en specialist op het gebied van schimmels.

Planten op drift
De Nederlandse economie verandert en de wereldhandel komt op. Met gevolgen voor de planten. Zo worden er in Deventer zogeheten Pothoofdplanten gevonden: hier was een overslagkade voor graan van schepen naar het spoor. Uitheemse planten (onkruid) kwamen mee en ontkiemde, verspreidde zich en verwilderde. Deze nieuwe ‘adventieven’ werden opgezocht en ook deze ‘nieuwkomers’ werden in de Flora Batava opgenomen.

Toch konden deze adventieven een probleem worden, zoals de Canadese waterpest: van Canada naar Schotland en het Kanaal over en ook naar Nederland (misschien wel via de botanische tuinen van Utrecht). Dit was de eerste invasieve exoot. De angst leefde dat de waterwegen vol zouden raken. De Flora Batava stelt voor een plant of dier te zoeken om deze waterpest te bestrijden maar dat gebeurt niet. Omdat deze plant zich vegetatief verspreid (zonder zaden), verdwijnt deze op een gegeven moment ook. Een andere exoot is de Japanse duizendknoop: de Japanse bladvlo wordt ingezet om deze te verspreiden. Hopelijk gaat dat goed. Norbert toont tot slot nog een paar prachtige tekeningen van bijvoorbeeld de Oosterse sterhyacint.

Afronding
Met deel 28 wordt de Flora afgerond. Het is nog niet af en zeker aan veranderingen onderhevig. Telkens blijven er nieuwe planten komen in een gebied die de flora veranderen. De Flora Batava is een plantaardige portrettengalerij, een hele lange momentopname van de Nederlandse plantenwereld.

Samenvattend: 134 jaar lang werkt een uitgebreide kring van amateurbotanici, hoogleraren en kunstenaars aan deze tot dan toe meest complete inventaris van de wilde flora van het land. Een overzicht dat bovendien een belangrijke bron is om de grote veranderingen in het Nederlandse landschap, de wetenschap en de waardering van de nationale natuur te begrijpen.

Vragen

  • Na afloop van de lezing kwamen nog enkele vragen uit de geboeide zaal.
  • De spreker over de Flora Culenburgensis is helaas ziek. De Voetnoot zal met name ingaan op de planten uit deze regio.
  • Bij natuurdruk wordt de plant zelf gebruikt voor de afdruk.
  • Tentoonstelling in Huis van het Boek met veel flora. De Flora Batava ligt ook in Naturalis.
  • De kleuren waren niet heel scherp op het grote scherm. Ze kunnen in de Flora heel mooi zijn. Sepp had een heel atelier waar de tekeningen ingekleurd werken. Knop liet de dochters van de uitgever inkleuren. Met litho’s en de kleurendruk van nu, wordt het nog mooier.

PS In de Volkskrant van 27 mei is een heel groot en interessant artikel over de Flora Batava te lezen.