Verslag lezing Tweemaal ‘Rondje Achterstraat’ door Bert Blommers
Lezing op 20 oktober 2026 door Bert Blommers
Bert Blommers (1959) is een echte Culemborger, die gefascineerd is door zijn geboortestad. Hij was eerder lid van het bestuur van Voet en de Culemborgse geschiedenis is zijn passie. Zo richtte zijn doctoraal-onderzoek zich op de regenten van het 18e-eeuwse Culemborg, organiseerde hij bij het 675-jarig bestaan van de stad een symposium en heeft hij daarna vele uren in archieven doorgebracht voor verder onderzoek naar het Culemborgse kasteel, het huis ‘De Fonteyn’ (Jan van Riebeeckhuis) én de straten in de oude binnenstad. Er zijn eigenlijk altijd wel dingen die hem opvallen als hij door de stad gaat en ‘kleine monumentjes’ ziet zoals bijzondere lantaarns, oude zinken straatnaambordjes (uit 1904), gevelstenen en andere kenmerken van oude en vernieuwde gevels. “Als je er oog voor hebt, is er nog veel herkenbaar van de historie”.
Voorstraat en Achterstraten
Bert vertelt in de lezing over wat minder in het oog lopende straten en gaat ons met nieuwe ogen naar deze straten laten kijken. In vroegere tijden was de doorgaande straat – vanaf de huidige Zandstraat noordwaarts richting het Veer en de Lek (via Markt en Tollenstraat) – de ‘Voorstraat’. En dan zijn er ook nog twee ‘Achterstraten’: de Herenstraat (zo geheten sinds 1648) en de Ridderstraat (een eeuw ouder: al sinds 1547). Bert heeft die twee ‘achterstraten’ gereconstrueerd via de Tijnsregisters (erfrenten uit de in 1318 door de heer van Culemborg uitgegeven huiserven; bewaard vanaf 1500) en de schepenakten voor het gerecht (vanaf 1535). Daarnaast zijn er een Huizenregister (uit 1676) en een Verpondingsregister (uit 1806). Vanaf 1870 komt de naam Herenstraat officieel voor in Bevolkingsregisters. Daarvoor was het nog lang ‘Achterstraat of Lange Achterstraat’.
Herenstraat
De Herenstraat is best een bijzondere straat, omdat er aan de westkant vanouds veel bezittingen van de heer van Culemborg lagen. “Qua structuur lijkt de straat, op het eerste gezicht vrij simpel”, zo vertelde Bert. “Maar als je wat dieper kijkt, ontstaan er al gauw vraagtekens. Totdat je het uiteindelijk een beetje snapt en ziet hoe het allemaal in elkaar zit!”.
Er waren vroeger aan de ‘Voorstraat’ (nu de Markt) grote huizen met grote percelen en stadstuinen die achteraan in de Achterstaat uitkwamen. Op deze achtererven werden later ‘achterhuizen’ en kleine huisjes of ‘cameren’ gebouwd. Tegenwoordig is alles aan die kant volgebouwd en is er in de ‘Achterstraat’ dus ook aan die zijde van de straat een gesloten gevelrij.
Een belangrijke bewoner in deze straat in de 15e eeuw was Jonker Everwijn van Culemborg (1433-1501), zoon van heer Johan en broer van heer Gerard van Culemborg. In 1453 kreeg hij het grote huis, met uitgebreide tuinen erachter tot aan de stadsmuur, links naast de Weeshuispoort. Dit is nu een appartementengebouw en stond voorheen bekend als het Luxor-theater.
We gaan eens rondkijken. De ‘Achterstraat’ begint eigenlijk al, als je vanaf Het Jach de Schuttersbrug overgaat. Hier kom je op het huidige parkeerterrein ‘Het Hof’, waar vroeger het middeleeuwse Zusterklooster ‘Mariëncroon’ stond. De stadsmuur was toen nog niet doorbroken; dus de ingang van het klooster lag aan de huidige Herenstraat. Op historische kaarten zien we de vroegere situatie en met luchtfoto’s laat Bert de huidige situatie zien.

Bert laat foto’s van verschillende panden in de huidige Herenstraat zien en soms een oude foto of kaart. Zo komen het ‘Patershuis’ of ‘De Doelen’ (van de schutterij) op de hoek van de Everwijnstraat (nr. 1), het Grieks Restaurant Knossos (voorheen pakhuis met een open erf, nu Herenstraat 44) en de winkel met de groen geglazuurde steentjes in de gevel (Herenstraat 4) aan het begin van de straat, voorbij.
Terug aan de westkant (zuid) zien we de stadspomp, het oudste postkantoor (Herenstraat 41, later woonhuis van de bekende dokter Jacob Hocke Hoogeboom) en iets verderop het huis van dokter Vroon (Herenstraat 35). In het grote huis op nr. 39 vestigde zich in 1951 dokter Bongaerts. Er woonden in voorgaande tijden belangrijke Culemborgers.
Na de Weeshuispoort: het ‘voorerf’ van het Weeshuis (1560), met de Latijnse School en het zogenaamde ‘Rectorshuis’. Hier kwamen in 1885 twee fraaie onderwijzerswoningen, die nu nog steeds in het oog springen. Ernaast (tot voor kort) het taxibedrijf van Jan de Jong. In de achttiende eeuw een Franse kostschool en later woonhuis van de huisschilder Adrianus Schouten (van de verffabriek), grootvader van de gelijknamige wethouder, waarnaar de ‘Wethouder Schoutenweg’ is vernoemd. In de gevel daarvan nog bijzondere bouwsporen; een oude wapensteen verhuisde naar het Weeshuisplein.
We steken de straat over naar de ‘huisjes van de Boedel’ van Dirk van Baden (50 jaar stadssecretaris en rentmeester van het weeshuis, overleden 1610). Dit waren huisjes voor oude katholieke vrouwen. Vrouwen die “vijftig jaar oud zullen zijn, vreedelijk, eerelijk leven, onbefaemt van quade handelinge”. Daarnaast twee grote ‘achterhuizen’, die nu samen ‘Theater aan de Slag’ vormen en waar voorheen bakkerij Van der Meijs was gevestigd.
Soms zijn van twee oude panden één nieuw pand gemaakt (met twee voordeuren) óf zijn er meerdere appartementen in één oud pand gekomen.

Leuk te vermelden is dat Berts eigen geschiedenis ook in deze straat ligt: zo had zijn vader er een Zalencentrum en zijn grootvader een winkel (Herenstraat 4) en een pakhuis voor grit-, graan- en meelhandel (achter Herenstraat 38). Bert had in de straat geboren kunnen zijn. Hij is van 1959. Zijn vader vestigde zich in dat jaar aan de Markt met een winkel in huishoudelijke artikelen, die ‘Magazijn De Ster’ ging heten. “Verwekt ben ik er zeker”, vertelt hij.
Ridderstraat

Een belangrijk heerschap, met een groot huis in de Ridderstraat straat in de 15e eeuw, was Hubert de Bastaard (1419-1490). Hij was de bastaardbroer van jonker Everwijn, die we tegenkwamen in de Herenstraat. Hubert kreeg een huis in de Ridderstraat, tegenover het Koestraatje, dat in 1589 ‘De Munt’ werd, en in 1881 opging in de nieuwbouw van het Pensionaat Mariakroon. In 1547 duikt ineens de naam Ridderstraat op, “off soe die straet mit recht genaemt is”. Er woonde in die tijd nogal wat adel in de straat.
In het zuidelijke deel van deze oostelijke ‘Achterstraat’ stond de stadsschool en woonden veel altaarpriesters (vicarissen) en kanunniken (of koorheren) van de Grote Barbarakerk.
De stadsschool stond achter het kerkhof (Ridderstraat 194), de geestelijken woonden rondom de kerk: aan het Kerkhof, in de Kleine en Grote Kerkstraat en in de zogeheten ‘Papenhoek’, waar later het Seminarie verrees.
De negentiende-eeuwse schilder Willem Koekkoek legde de Ridderstraat omstreeks 1874 vast in schetsen en schilderijen. De familie Van Hoijtema heeft in de Ridderstraat, tegenover het Kleine Kerkstraatje een groot huis gehad, met een grote tuin met wandelpaden, die zich ook achter de buurpanden uitstrekte (Ridderstraat 186, nu Thomashuis).

In de Ridderstraat werd in 1589 het ‘Munthuis van de Groninger Ommelanden’ gevestigd, waar ook Culemborgse munten werden geslagen. Muntmeester Hendrik Kraaijvanger sloeg er halve stuivers (8 penningen), oordjes (kwart stuiver, of 4 penningen) en duiten (2 penningen).
Nicolaas Heinsius (of Van Heins) woonde omstreeks 1710 in het huis De Munt. Hij was een bekende pillendokter, die in 1694 in Culemborg kwam wonen en er, naast allerlei medische werkjes, ook Nederlands eerste schelmenroman schreef.
Later woonde hier Mr. Willem Jacob Renaud, rentmeester van de grafelijke Domeinen. Toen hij in 1833 overleed, werd zijn huis gesloopt en kwam er een zijstraatje met dertig kleine arbeiderswoninkjes. Het Pensionaat Mariakroon kocht dit buurtje eind 1880 van de eigenaar en liet het slopen. De arbeiders die er woonden, verhuisden naar nieuwe huisjes die de verkoper liet bouwen in zijn tuin langs de stadsgracht, tussen de Molen aan Het Jach en de (inmiddels verdwenen) stadstoren bij de Papesteeg.

De Ridderstraat werd daarna een straat waarin het katholieke Pensionaat Mariakroon overheerste. In 1899 kwam daar ook nog een Huishoudschool bij. Aan de overkant stond al langer een katholieke meisjesschool; dit was de Josefschool. Bert liet een bouwtekening zien, waaruit blijkt dat het schoolgebouw uit drie naastliggende panden was opgebouwd. Tegenwoordig is het een moskee.
Behalve een katholieke straat was de Ridderstraat sinds 1860 ook een sterk Gereformeerde straat. Er kwamen toen twee gereformeerde kerken, een gereformeerde school (Scheffelschool, nu Beatrixschool) en een predikantswoning, die er nog altijd staat (Ridderstraat 8). De beide kerken zijn er nu niet meer.
Voor wie meer wil weten
Culemborgsegeschiedenissen.nl is de website van Bert Blommers, waar veel informatie over de stads- en streekhistorie is te vinden (inclusief een Nieuwsbrief). Over de Herenstraat vertelt hij binnenkort nogmaals, namelijk op zondag 22 en maandag 23 november 2026, in ‘Theater aan de Slag’ (Herenstraat 20).
Wie de lezing gemist heeft, heeft dus nog een tweede kans om Berts verhaal te komen beluisteren.