Skip to content Skip to sidebar Skip to footer

Verslag Mei 1940: een theaterlezing door Tony Mouw 23 april 2026

Inleidend
Tony Mouw heeft veel kennis over de wereldgeschiedenis, oorlogen en conflicten. Geschiedenis is zijn passie. Hij heeft de theaterlezing over het begin van de Tweede Wereldoorlog in Nederland al zo’n 80 keer gegeven. Met verschillende anekdotes en authentieke historische voorwerpen (oude helmen, uniform en wandelstok) maakt hij ook voor de Voetleden de aanloop en het begin van de strijd inzichtelijk.

Tony begint met een vervelende constatering: het ligt in de aard der Nederlanders dat ze pas wat uitgeven aan de eigen zekerheid en bescherming als het echt niet anders kan. Ook voor de Tweede Wereldoorlog dacht Nederland de oorlog buiten de boot te houden en had dus jaren niet geïnvesteerd in defensiematerieel. De parallel met nu is duidelijk: weer zijn we overtuigd dat we wat moeten doen, maar ook nu te laat. De afgelopen honderden jaren gebeurde dat steeds: als het spannend werd was het leger te laat want als de dreiging minder is, wordt er minder geïnvesteerd.

De aanloop naar de Tweede Wereldoorlog
Churchill heeft vanaf het begin gewaarschuwd voor Duitsland. Duitsers hadden geen koloniën en hebben zich altijd de ‘laatste in de rij’ gevoeld; ze wilden grondgebied wat tot de oorlog in 1914 leidde. In januari 1940 riep hij de Belgen en Nederlanders al op om met Frankrijk en Engeland samen te werken.

Maar Nederland was er niet klaar voor: we hadden al jaren “de polka gedanst” tussen drie grote machten en leunden op de vriendschap van anderen. Het leger was verwaarloosd, zowel qua materiaal, bewapening, huisvesting, oefening, soldij, carrièrekansen en uniform. De discipline was heel erg slecht. En innovaties als de brisantgranaat maakten dat de Nieuwe Hollandse Waterlinie niet meer voldeed. In 1919 werd dat al door de Raad van Defensie vastgesteld. Geld maar ook pacifistische groepen weerhielden investeringen. Zo werden De Vlootwet van 1922 en 1933 door de crisis (in Nederland en mondiaal) afgewezen. Maar ondertussen zat Duitsland niet stil: zij wilden “Vergeltung”.

Concentratie blauw
In 1933 werd de ‘Concentratie blauw’ gedefinieerd door de commandant-veldleger luitenant-generaal W. Röell. Aangenomen werd dat de vijandelijke inval zou worden begaan door Duitsland en dat Nederland en België dan bondgenootschappelijk zouden optreden; verondersteld werd dat Engeland neutraal zou blijven. Röell hamerde erop dat het veldleger bewegelijk moest blijven en in geen geval gebonden zou moeten worden aan een systeem van liniën, stellingen en fortificaties. Reynders, chef van de Nederlandse Generale Staf, toonde aan dat Duitsland zijn luchtwapen zou inzetten ter overweldiging van de Vesting Holland rondom de randstad.

Er kwamen vier legergroepen. Bij een dreiging van oorlog zou het leger eerst een verdedigende afwachtingsopstellingen innemen, ter dekking van de voltooiing van een mobilisatie. Naar alle mogelijke fronten zou het veldleger een divisie ontplooien terwijl een aparte divisie als reserve in het midden van het land, op de Utrechtse heuvelrug zou worden gelegd. Naar gelang de veronderstelde aanval zou er vervolgens een concentratie-opstelling worden ingenomen. Het veldleger zou door de luchtmacht gedekt worden.

Benodigde investeringen werden echter niet gedaan. Het was een inconsistente defensiepolitiek die na de mobilisatie in augustus 1939 ten uitvoer werd gelegd. En generaal Winkelman volgt Reynders op. De Nederlandse krijgsmacht bestond uit officieren en soldaten van landmacht, marine, luchtmacht, luchtverdediging en kustverdediging. Vijf heren onder Winkelman moesten aan de slag; hij, en ook vele officieren, waren van de oude stempel. Arbeidsomstandigheden en salariëring waren slecht; er was een motivatietekort en weinig discipline.

Op alle dienstvakken waren ernstige tekortkomingen. Bijvoorbeeld rond tanks: Renault had ‘tanks’ uit 1927 en die kreeg Nederland uit Frankrijk cadeau. “Tanks zakken weg”, vertelde Dijxhoorn (luitenant-kolonel die de politiek in ging en minister van Oorlog werd), “in sompige weilanden heb je niets aan tanks”. En ook kanonnen uit 1870 ‘uit het museum’ deugden niet. Generaal Voorst tot Voorst wilde een offensieve oorlog voeren maar daar was het leger te zwak voor. Nederland kwam te laat op de internationale defensiemarkt. Er was geen moderne oorlogsvoering: “Het zal wel allemaal langs ons heen gaan”. De Duitsers hadden wel moderne oorlogsvoering met Duitse vliegtuigen die de tanks begeleidden en parachutisten.

De Haagse burgerregering met De Geer reageerde door terug te vallen op de aloude beproefde politiek van de gewapende neutraliteit. Tony spreekt de toehoorders toe in een radiotoespraak als ware hij Colijn (oud-militair en minister-president tussen 1933 en 1939): “Gaat u maar rustig slapen.”. Deze uitspraak wordt vaak herinnerd als een teken van onwetendheid van de overheid over de dreigende gevaren aan de vooravond van de Duitse invasie in 1940, maar Colijn deed dit in de radiotoespraak op 11 maart 1936, vier dagen na de Duitse bezetting van het Rijnland maar ruim vier jaar voor de Duitse aanval op Nederland.

Wat ging er aan de capitulatie vooraf?
Op 9 mei 21 uur, code Danzig: de aanval van de Duitsers gaat wel door. Tony vertelt over ‘Brief 210’: Bert Sas was liaison in Berlijn en gaf 12 keer door dat de oorlog zou komen maar de 13e keer is het zo ver. Hij deed dat met een openbare telefoonlijn naar Den Haag maar werd niet geloofd en het bericht is niet aan Winkelman doorgegeven. Toen kwam het bericht ook via België (en dat kwam via het Vaticaan).

10 mei, 03.55 uur: op het algemeen hoofdkwartier aan het Lange Voorhout in Den Haag kwam het bericht dat de Duitsers Nederland binnendrongen. Het telexverkeer kwam al eerder op gang. Tony treedt in de schoenen van Generaal-Majoor van Voorst tot Voorst en geeft aan hoe een gesprek met generaal Winkelman verliep: “Aan de grens en in Limburg acties; Duitse vliegtuigen boven Noord-Nederland; vliegvelden worden gebombardeerd en Duitse parachutisten landen op verschillende plekken. De Nederlandse politietroepen blazen in het noorden 256 bruggen op. Er is felle tegenstand onder Nijmegen, maar er is geen houden aan. En dan blijkt dat reeds om 05.15 uur zowel de Moerdijkbruggen als Maasbruggen van Rotterdam in Duitse handen zijn gevallen. Maar ook in Brabant gaat het helemaal mis. Een Duitse pantsertrein is door de Peel-Raamstelling gebroken. De linie is gevallen.

De eerste uren waren chaotisch, het was onduidelijk wat de Duitsers wilden en Nederlandse opperofficieren raakten al op de eerste oorlogsdag doorgaans het hoofd volledig kwijt. Wanneer de oorlog nog geen 2 uur oud is, is al veel materieel op of kapotgeschoten. De manschappen moeten het doen met zwaar verouderd inferieur materiaal. Er is gebrek aan munitie en ook aan communicatiemiddelen met de achterliggende stafkwartieren.

De opmars op 10, 11 en 12 mei
Op de vroege ochtend van 10 mei landen Duitse ‘Fallschirmjäger’ op en rond de vliegvelden Ypenburg, Valkenburg en Ockenburg bij Den Haag. Het vermoeden is dat ze het koninklijk huis en het kabinet te pakken wilden krijgen. Er kwamen allerlei r en verdachtmakingen. Zo wist men zeker dat de Duitsers met klompen aan parachutisten waren, het drinkwater was vergiftigd en overal was er de ‘vijfde’ kolonne. Rond de vliegvelden werd hard gevochten en zijn er veel Duitse transportvliegtuigen neergehaald. Naast Den Haag werd ook vliegveld Waalhaven in Rotterdam aangevallen.

In noordoost Nederland trokken Duitse troepen er vlot doorheen. Duitse spionage wist heel goed waar ze door de lijnen heen konden komen; pas in april waren de Duitse spionnen weggestuurd maar toen was al duidelijk waar de pantservoertuigen snel doorheen konden komen. Oost-Nederland viel ook.

In noordoost Brabant stormde de Duitse 9e pantserdivisie door de Langstraat. Omdat zowel de Moerdijkbruggen waren veroverd als die bij Dordrecht, konden de Duitsers optrekken naar Rotterdam. Maar de Fransen waren ons te hulp gekomen. De opmars rond Breda leverde een clash op tussen de Fransen (generaal Giraud) en de Nederlandse territoriaal bevelhebber kolonel Schmidt: Breda evacueren en de Moerdijkbruggen heroveren? Maar Brabant was ‘leeg’: het 3e legerkorps en de lichte divisie hadden zich teruggetrokken naar Vesting Holland.
In het midden van Nederland rukte de hoofdmacht van het Duitse leger op. Het Duitse plan was om de Grebbelinie aan te vallen en de Nederlanders binnen 24 uur definitief te verslaan. De Grebbelinie was niet sterk genoeg en stamt nog uit de Franse oorlog. Toch was men nog hoopvol: men dacht de Duitsers wel drie maanden tegen te kunnen houden door het gebied onder water te zetten. Helaas was dat maar voor klein deel gelukt; het gemaal was nog niet klaar. Bij Scherpenzeel was er nog een drieste uitval van Nederland en daar schrokken de Duitsers van maar zij trokken toch verder op.

Hoewel de Nederlandse soldaten hard vocht in de Overbetuwe, bij Nijmegen en vooral moedig bij de Maas-Waallinie en het Maas-Waalkanaal was de overmacht te groot.
De Duitsers wilden snel door Limburg en Zuid Oost Brabant trekken om de situatie van 1914 te voorkomen: door vertragingen werd de Eerstee Wereldoorlog uiteindelijk een loopgravenoorlog. De Maas-Waallinie en de Peel-Raam-stelling waren na een paar uur van de oorlog doorbroken met een pantsertrein. De kanonnen stonden op het oosten gericht, maar de vijand kwam nu vanuit het westen.

Zondag 12 mei: opmars naar de Wonsstelling en Stelling Kornwerderzand. De Duitsers wilden Holland via de Afsluitdijk binnenlopen. Daar de bouwwerken van hout en grond waren (versterkingen waren niet op tijd klaar) en de communicatie onvoldoende was, was de Wonsstelling al na een dag ingenomen. Toen begon de Slag om de Afsluitdijk, maar de Stelling Kornwerderzand hield met behulp van een kanonneerboot de Duitsers tegen. Die besloten om met schepen het IJsselmeer over te gaan, maar dat werd verijdeld.

Moed, beleid en trouw

Langzamerhand werd het beeld duidelijk: superprofessionals tegenover ons. Op 10 mei in de avond waren de Duitsers al op vele plekken doorgebroken; de dagen daarna drongen ze steeds verder op. Verbindingen hadden de Nederlandse militairen nauwelijks en soldaten deserteerden. Nederland had deze oorlog onmogelijk langer dan een paar dagen kunnen volhouden, gelet op de ellendige materiële toestand, het gebrek aan motivatie en de sterke Duitse oorlogsmacht. Toch klonk er op de radio optimisme en propaganda: er is goed, hard en effectief gevochten; het Nederlandse leger heeft Duitsers teruggedrongen, “onverschrokken en onvervaard”, de strijd is gaande. “Met moed, beleid en trouw gaan Oranje overwinnen.”.

Waarom stampvoette Wilhelmina?

Het prinselijk paar vertrekt op 12 mei met een torpedojager. De pantserwagen van de Nederlandse bank werd daarvoor gebruikt. Op 13 mei sprak Winkelman om drie uur ‘s nachts met Wilhelmina over haar evacuatie; dat wilde ze niet. Stampvoetend zei Wilhelmina met de (waarschijnlijk) historische woorden: “Ik laat mijn volk niet in de steek.”. Uiteindelijk ging ze onder protest akkoord en enkele uren later vertrekt ze. De Britse Koning George VI ontvangt haar bij aankomst. Haar vlucht naar Engeland werd later een symbool van de strijd tegen nazi-Duitsland en had een grote impact op de Nederlandse bevolking.

Om 7 uur kwam het kabinet bij elkaar: Winkelman liet de kaart zien en hoe veel er al door de Duitsers veroverd was. Ze hadden niet door dat het al zo ver was. De minister van oorlog vroeg zijn visie. Winkelman: “doorvechten”. Later die dag vlucht ook de Nederlandse regering naar Engeland. Generaal Winkelman is nu de hoogste gezagsdrager van het land.

Capitulatie

14 mei ‘s. Rotterdam wordt gebombardeerd om 13.27 uur, maar Nederland heeft nog steeds niet gecapituleerd. Nu ook Utrecht en Amsterdam gebombardeerd zouden worden als er geen overgave kwam, moest Winkelman wel capituleren. De volgende dag, 15 mei, werd in Rijsoord in de Christelijke school door Winkelman de overgave van het Nederlandse leger getekend.
Als eind Churchill: “This is not the end. It is not even the beginning of the end. But it is, perhaps, the end of the beginning.”