rkkerk250Onlangs besloot de r.-k. Suitbertusparochie, waar de Culemborgse Barbarakerk een onderdeel van is, om het kerkgebouw aan de markt af te stoten en te verkopen. Het kleine aantal parochianen kan de torenhoge bedragen die gemoeid zijn met de exploitatie van dit gebouw niet meer opbrengen.
Ondergetekende, Ben Holtkamp, trad in 1985 toe tot de commissie, die het eeuwfeest van de katholieke Barbarakerk op de markt zou organiseren. Tijdens de eerste vergadering al werd besloten een gedenkboekje te maken met daarin de geschiedenis van deze kerk. Ik heb mij direct beschikbaar gesteld om dat boekje te maken en dat werd goedgevonden. Ik hoefde de volgende vergaderingen niet meer bij te wonen, omdat ik al genoeg te doen had.

Het boekje, getiteld Barbarakerk 1886–1986 staat bij vele Culemborgers ergens in de kast. Ook in onze Voetbibliotheek bevindt zich nog een exemplaar. Het maken van zo’n gedenkboekje houdt in dat er veel archiefonderzoek gedaan moet worden. Het bleek al snel dat het een langdurige kwestie zou worden. Dat komt omdat de negentiende eeuw in het parochiearchief rijkelijk vertegenwoordigd is. Maar ook was dit archief in die dagen een rommeltje. Overal in de pastorie aan de Ridderstraat lag wel iets: op zolder, in de kluis van de pastoorskamer en in de spreekkamertjes. Gelukkig heb ik onbelemmerd mijn werk kunnen doen.

De commissie, met de naam Barbarakerk 100 jaar, ging er van uit dat de kerk op 4 of 5 december 1887 in gebruik werd genomen. Dat stond immers in het boekje van mr. J.W.Peek, met de titel Geschiedkundig Overzicht van Katholiek Culemborg uit 1928. Dit boekje had ik al enkele malen herlezen. Op basis van de gegevens in dit boekje deed ik mijn onderzoek. Het leek me een goed idee om met name bij de jaren voorafgaand aan de totstandkoming van de kerk het onderzoek te starten. Het notulenboek van het kerkbestuur bevatte veel informatie. In de jaren 1884 tot en met 1886 kwam de nieuwe kerk regelmatig ter sprake. Het was hét onderwerp. In 1887 was het afgelopen. Er werd niet meer gesproken over de nieuwe kerk. Nog ging er geen belletje rinkelen.

Bij verder onderzoek kwam er een documentje boven tafel met daarin een ‘programma voor eenen besloten prijsvraag tot het leveren van een preekstoel in de r.k. parochiekerk van de H. Barbara te Culemborg'. In dit programma wordt o.a. bepaald dat de preekstoel vóór 18 november 1911 ‘gesteld en geheel gereed’ moet zijn opgeleverd. Deze preekstoel kon beschouwd worden als een soort geschenk van de parochianen bij gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de kerk in 1911. Leden van het kerkbestuur, armbestuur en het collectantencollege gingen langs de deur bij de parochianen, om het benodigde bedrag op te halen, of op zijn minst een toezegging te krijgen. Architect Nico Molenaar stelde het plan op met de nodige voorwaarden. Vijf beeldhouwers werd gevraagd een ontwerp in te dienen. Atelier Cuypers uit Roermand was de winnaar. Alles liep zoals gepland stond. De kerk bestond in 1911 dus 25 jaar.

RKkerkinterieur250Teruggerekend betekent dat, dat de kerk in 1886 opgeleverd moet zijn geweest en niet in 1887 zoals mr. J.W. Peek opgetekend heeft. Een en ander moest wel bevestigd worden. En daartoe raadpleegde ik de Culemborgsche Courant. In een artikeltje in de krant van 9 december 1886 staat het volgende bericht: “Hedenmorgen (zaterdag 4 december 1886, op het patroonsfeest van de H.Barbara. Ben H.) is het nieuwe kerkgebouw door de R.K. Gemeente in gebruik genomen. De inwijding geschiedde door den Zeereerwaarden Heer Deken, geassisteerd door de Eerw. H.H. Geestelijken der parochie en de professoren van het Seminarie. Gedurende de plechtige Hoogmis werd onder directie van den heer Olyslager de liturgische kerkmuziek met goed gevolg uitgevoerd door de Zangvereeniging van de Societeit St. Jozeph, die voortaan als zangkoor blijft fungeren. De R.K. Gemeente zij hartelijk geluk gewenscht met hare schoone nieuwe kerk! Zeer veele gemeentleden betuigden hunne deelneming in de feestvreugde van dezen betekenisvollen dag door het laten waaien van de vaderlandschen driekleur uit hunne woningen.

Mr. J.W. Peek was dus abuis. Om die zelfde reden werd het 50-jarig bestaan van kerk één jaar te laat gevierd in 1937.

De commissie Barbarakerk 100 jaar was niet gelukkig met deze vergissing. Het programma zou nu dus versneld moeten worden uitgevoerd. Een commissielid stelde zelfs voor om deze ontdekking maar gewoon te verzwijgen. Gelukkig kreeg hij geen bijval. Zeker niet van ondergetekende. Alles is uiteindelijk goedgekomen en het eeuwfeest is op het juiste moment gevierd.

Deze vergissing van mr. J.W. Peek is overigens niet de enige. In zijn boekje komen veel onjuistheden voor.
Ben Holtkamp