Zaterdagmiddag 18 januari 2020 vond de jaarlijkse Emerantianalezing plaats in de Fransche School. Waarom Voet dat elk jaar doet, lees je hier.
Met een luidkeels: "Goddank! De Proost van Aken op de Visbank" deden we recht aan die traditie. Daarna volgde de lezing: Van de Linge tot de Hudson: het relaas van een migrant van boerenknecht tot president. De lezing werd verzorgd door Jan de Boer, burgemeester van Buren. Jan vertelde een boeiend verhaal over Cornelis Maessen die vanuit deze streken naar het verre Amerika trok. Hij schreef er een prachtig boek over.  Na afloop van de lezing hieven we met elkaar het glas op de heilige Emerentiana.
 
Binnen het Graafschap Buren was in het begin van de 17e eeuw nog volop te merken dat de Republiek in oorlog was met Spanje. Rijke boeren op hogere gronden hielden de agrarische economie gaande en, behalve de papierindustrie, was er geen vernieuwende industrie.
Cornelis Maessen woonde in 'Buere Malssen', erfde grond van zijn vader maar ging failliet. Hij vertrok in 1631 vanuit Amsterdam op het schip De Eendracht naar 'Manna Hatta' (Manhattan) in 'Nieu Nederlandt'. Daar waren forten gebouwd (zoals Fort Oranje) waar de handel in bevervellen werd gedreven en daar waren door Amsterdamse kooplui als Van Renselaer landbouwkolonies opgericht.
 
Cornelis noemde zich 'van Buuren' en vestigde zich in 'Renselaerswijk', wat in die tijd ongeveer 250 inwoners telde. Omdat de oorspronkelijke bewoners van het land het belang van handel begrepen en omdat ze talrijk en weerbaar waren, waren er relatief weinig conflicten. Maar de besmettelijke ziekten (pest, pokken, griep) die de Europeanen meebrachten, zorgden er voor dat veel van deze mensen ziek werden en stierven.
Het was moeilijk het land te bewerken. De tabaksplanten groeiden slecht en het duurde erg lang voordat er geoogst kon worden. Cornelis trok meer landinwaarts en vestigde zich in een kleine nederzetting waar twee boerderijen stonden. Eén ervan brandde af. Hij keerde terug naar Nederland maar uiteindelijk treffen we hem aan in 'Paep Sickenes Eylant' in Amerika. Daar blijkt hij goed te hebben geboerd. Met 28 morgen grond, 10 paarden en 14 koeien, kon hij zijn belastingen betalen én investeren op Manhattan.
 
Cornelis Maessen uit Buurmalsen was de stamvader van Martin van Buren (1782-1862). De vader van Martin was boer, net als zijn ouders en voorouders. Hij had ook een taveerne. Maar Martin wilde meer dat dat. Hij werd een bekwaam en bekend jurist in en rond het plaatsje Kinderhook, gelegen in een gebied waar veel andere families van Nederlandse afkomst zich hadden gevestigd. Martin ging de politiek in. Eerst in de staat New York en vervolgens in de landelijke politiek. Hij werd minister en vicepresident en uiteindelijk in 1837 verkozen tot de achtste president van de Verenigde Staten. Van Buren was de eerste president die geboren was als Amerikaans staatsburger. Zijn moedertaal was Nederlands, want dat spraken de mensen in en rond Kinderhook. Martin van Buren was geen erg succesvolle president. Hij had te maken met een economische crisis en politieke onrust omdat er veel verdeeldheid was hoe met het fenomeen slavernij om te gaan. Van Buren geldt als grondlegger van het partijenstelsel in de Verenigde Staten. Na zijn politieke loopbaan keerde hij terug naar Kinderhook. Daar kun je nog steeds zijn huis bezoeken.