Op 29 januari verzorgde Anton van der Velde een boeiende lezing voor een volle zaal in De Fransche School over het ontstaan van het Rivierengebied en dijkdoorbraken. Anton gaf vele voorbeelden waarmee duidelijk werd dat de Culemborgers er in de geschiedenis niet altijd zo mee weg kwamen.

 

 

 

 

Ontstaan van het Rivierengebied

Anton startte zijn lezing in een heel erg verleden tijd: 128.000 jaar voor Christus, toen er een ijstijd in Nederland was. De rivieren die door de eeuwen heen op steeds andere plaatsen vanuit het hogere land door Nederland liepen, brachten keileem, zand, grind en veen mee. Zo’n 2400 jaar geleden kregen de grote rivieren (Maas en Rijn) de huidige loop: in het rivierengebied vlochten of meanderden de rivieren.

De Linge was in die tijd een belangrijker rivier dan de Lek. Zowel de Maas, Waal, Lek en Linge meanderen. De binnen- en buitenbochten van zo’n rivier ontwikkelen zich verschillend.

Op de oeverwallen streek het materiaal (zand en klei) neer; de komgronden erachter waren vruchtbaar. In het rivierenland van nu zijn de stroomruggen van de ouder rivierloop nog te zien met de oeverwallen van beide kanten. Een mooie site die dat ook laat zien is AHN.nl: je ziet daar het Actueel Hoogtebestand Nederland op en kunt zo ook de oude rivierenlopen zien (zoals de Zoel).
Steeds meer werden de rivierlopen door mensen beïnvloed:  op de oeverwallen ging men wonen, dijken werden aangelegd, waterafvoer werd geregeld, verkaveling vond plaats, mensen gingen dwarsdijken bouwen (zoals de Diefdijk) zodat het water ingeperkt werd.

Dijkdoorbraken en overstromingen

Ad van Bemmel heeft vele dijkdoorbraken geteld in de Lek. Gelukkig voor Culemborg waren die steeds aan de Noordzijde van de Lek. Menselijk handelen, bijvoorbeeld het aanleggen van stuwen of dijken, hadden daarop invloed. Om de Randstad te beschermen, waren er begin 1800 allerlei plannen om de IJssel meer een hoofdrivier te laten zijn en zo de overstromingen naar het Westen toe te beperken. Enkele elementen zijn gerealiseerd. Na 1995 is er met ‘Ruimte voor de rivier’ veel gewerkt aan het voorkomen van dijkdoorbraken: allerlei maatregelen werden uitgevoerd, als dijkverbreding, kribverlaging, vergraven van uiterwaarden en aanleggen van langsdammen. Deze ruimte gaf niet alleen meer veiligheid maar geeft ook mooie natuur.

Slotwoord

Hans Saan vat de woorden van Anton samen: we hebben gezien hoe het water zijn weg vond in dit gebied maar ook hoe mensen er mee geleefd hebben. In 1995 kwam er de schrik, die nog steeds leeft in dit gebied. De volle zaal was misschien wel een uiting van ‘post traumatische stress-verwerking'!