Artikelindex

EPILOOG

Op 8 november 1928 eiste officier van justitie mr. Everdingen voor de Tielse rechtbank tegen Melis de Smale wegens meineed maar liefst vier jaar gevangenisstraf. De eis tegen mevrouw Haveman luidde zes maanden. De rechtbank was in haar vonnis van 22 november 1928 aanzienlijk milder: Melis de Smale werd veroordeeld tot één jaar en zes maanden, terwijl mevrouw Haveman werd vrijgesproken. In hoger beroep werd zij op 22 oktober 1929 echter veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf. Daarmee was het doek over de Culemborgse moordzaak definitief gevallen, zonder dat de échte daders ooit terecht hebben gestaan.

De Nieuwe Arnhemse Courant van 29 oktober 1929 schreef in een commentaar: 'Het is met de justitie dezer dagen gesteld als met de New-Yorkse Beurs. Men heeft teveel crediet gegeven en de periode ontgoocheling is aangebroken. Eerst had zij de debacle van de Culemborgse moordzaak te verwerken, en daarna de zaak van Giessen-Nieuwkerk, nog voor de openbare meening zich van den schok had kunnen herstellen. En er lopen nu al geruchten, dat er in Leeuwarden nog meer onschuldig veroordeelden zitten.'