Artikelindex

HET MISDRIJF

Uit het dagrapport van de politie Culemborg d.d. 25 december 1923:

'In verband met de mutatie van gisteren sub. 3½ uur, rapporteert ondergeteekende in de boerderij het lijk van den ouden boer Van Wiggen in een kamer van de boerderij te hebben gevonden. Hij was met spadeslagen afgemaakt. Zijn zuster was door toegebrachte spadeslagen zwaar gewond en lag op den grond. De heer CvP [commissaris van politie, jab] aanwezig. Parket gewaarschuwd. '

Deze korte aantekening betekende in de eerste plaats dat politie en burgerij van Culemborg aan de vooravond van eerste kerstdag anno 1923 werden geconfronteerd met een gruwelijk misdrijf. Tegelijkertijd luidde die aantekening een periode in van jarenlange verdeeldheid en beroering binnen de Culemborgse gemeenschap. Dat laatste was met name voortgevloeid uit onvrede over de wijze waarop volgens sommigen de plaatselijke politiecommissaris het moordonderzoek zou leiden. Allereerst de feiten op de plaats delict.

De ontdekking van het misdrijf

Maandag, 24 december 1923. Het ongeveer 10.000 zielen tellende, aan de Lek in de Neder-Betuwe gelegen stadje Culemborg maakt zich op voor de kerstdagen. In een eenvoudig boerderijtje annex stal aan de Achterweg, ruim twee kilometer buiten de stad en op een steenworp afstand van de rivier, woont de 76-jarige Thomas 'Toon' van Wiggen, samen met zijn 69-jarige zuster Gerrigje. Een wat zonderling, in zichzelf gekeerd stel dat ondanks hun hoge leeftijd nog dagelijks volop bezig is met de bescheiden veestapel en met werkzaamheden op het al even bescheiden stuk grond rond de boerderij. Ook verkopen zij karnemelk. In Culemborg is het een publiek geheim dat de Van Wiggens er 'warmpjes' bij zitten. Toon heeft zich menigmaal tegenover deze en gene uitgelaten dat hij geen enkele bank vertrouwt en dat hij zelf wel op zijn centjes kan passen. Tegen drie uur die maandagmiddag klopt sigarenmaker Gerrit Jagers aan bij de boerderij van de Van Wiggens om wat karnemelk te halen. Hij vindt echter alles gesloten, terwijl de hond aanhoudend blaft. Jagers loopt aan alle kanten langs de boerderij, maar alle toegangen blijken dicht te zijn. Omdat hij een en ander niet vertrouwt en iets ernstigs vermoedt, fietst Jagers naar de stad om de politie te waarschuwen. Samen met rechercheur W.F. van Bergen Henegouwen keert hij terug naar de boerderij. Wanneer de rechercheur de achterdeur forceert die tevens toegang geeft tot de stal, blijkt dit vermoeden op een gruwelijke werkelijkheid te berusten. Achter de deur, vlakbij de koeien, ligt Gerrigje van Wiggen in een grote plas bloed. De geheel geklede vrouw is zwaar gewond aan het hoofd. Zij geeft nog slechts een gering teken van leven. Op een vraag van rechercheur Van Bergen Henegouwen, die naast haar geknield op de grond zit, antwoordt Gerrigje dat 'zij' [de daders] ongeveer zes uur 's avonds waren gekomen en dat zij 'de smeerlappen' niet kende. 'Waar is Toon, wie ben jij?' had de totaal versufte vrouw tegen de rechercheur gestameld. Naast de deur in de woonkamer treft de politieman het levenloze lichaam aan van Toon van Wiggen, die evenals Gerrigje volledig is gekleed. Rondom zijn hoofd ligt een enorme plas bloed, afkomstig uit een groot aantal scherpe verwondingen aan de schedel. Vlakbij het lichaam ligt een schop waarmee, gezien de hoeveelheid bloed aan het schepgedeelte, het slachtoffer vermoedelijk een aantal malen op het hoofd is geslagen. De inmiddels gewaarschuwde arts Hocke Hoogenboom verleent aan Gerrigje de eerste medische hulp, om er vervolgens voor te zorgen dat zij zo snel mogelijk 'per brancard' naar het ziekenhuis te Culemborg wordt getransporteerd. Ten aanzien van Toon van Wiggen kan de arts niet meer doen dan de dood constateren. Op tweede kerstdag overlijdt ook Gerrigje, zonder nog tot bewustzijn te zijn gekomen. Zij had nog slechts enkele nauwelijks verstaanbare en weinig houvast biedende geluiden laten horen met betrekking tot de identiteit van de daders. Met dat schamele gegeven zal de plaatselijke commissaris van politie Joel Blok het bij zijn onderzoek voorlopig moeten doen.

Het sporenonderzoek

Op last van de inmiddels ook op de plaats delict vanuit het parket in Tiel verschenen officier van justitie mr. P. Oosting worden de politiedeskundige dr. C.J. van Ledden Hulsebosch uit Amsterdam en de gerechtelijk geneeskundige dr. J.P.L. Hulst uit Leiden met spoed naar Culemborg geroepen. Uit het naburige Waardenburg arriveert diezelfde avond de speurhondgeleider, rijksveldwachter J.C. van Beusekom, met zijn hond Grimm.

In de woning blijken alle kasten door de daders te zijn doorzocht, terwijl op de zolder een kist is opengebroken. Vermoedelijk hebben de daders daaruit een nog onbekende hoeveelheid geld meegenomen. Toch, zo concludeert de politie, moeten de daders met een zekere haast hebben gezocht. Nadat het sporenonderzoek de volgende dag is voltooid, vindt de politie namelijk eerst in het bed van Gerrigje een blikken trommel met geld. Later die dag wordt op de tafel in de woonkamer een blikken trommeltje gevonden, inhoudende ƒ 1.820,00 aan papiergeld. Mogelijk hebben de daders dit trommeltje over het hoofd gezien dan wel simpelweg bij hun vlucht vergeten. Op basis van verder onderzoek concludeert commissaris Blok na enkele dagen dat uit de boerderij een bedrag van ongeveer ƒ 5.000,00 aan bankpapier, bestaande uit een of meer bankbiljetten van ƒ 1.000,00, plus een hoeveelheid in linnen zakken verpakt zilvergeld uit de boerderij is verdwenen.

Uit het sporenonderzoek wordt geconcludeerd dat Toon van Wiggen met de schop is doodgeslagen. Terwijl hij op de grond lag moet hij bovendien met de nodige kracht tegen de borst zijn getrapt. De sectie wijst namelijk uit dat enige ribben in de borstkas zijn gebroken. Gerrigje blijkt een groot aantal malen met een in haar nabijheid liggende zogenaamde mestgreep zwaar te zijn mishandeld. De overvallers hebben kennelijk in de veronderstelling verkeerd dat beide slachtoffers dood waren.

Ondanks intensief speurwerk van dr. Van Ledden Hulsebosch worden op de plaats delict geen bruikbare sporen gevonden. De advocaat-generaal te Arnhem, mr. A.A. Cnopius, schrijft in dit verband in een later stadium van het onderzoek aan de minister van Justitie onder meer: '(...) De ware reden dat er van den moord te Culemborg geene sporen gevonden zijn - vingerafdrukken of dergelijke - ligt hem hierin, dat de moord zeer laat ontdekt is geworden en dat de deur die de verbinding vormt tusschen huiskamer en deel (waar een aantal koeien stonden) voortdurend heeft opengestaan. Door de van het vee uitgaanden wasem was de geheele huiskamer en deel vochtig geworden en droop het vocht vanaf de zolder in op de verschillende in de kamer aanwezige voorwerpen. Elk spoor is zoodoende vernietigd geworden.' Afgaande op het door Gerrigje genoemde tijdstip, het feit dat beide slachtoffers geheel gekleed waren en de omstandigheid dat op het fornuis een onaangeroerde pan met pap stond, gaat de politie ervan uit dat het misdrijf op zondag 23 december tussen vijf en zeven uur 's middags moest zijn gepleegd. Uitgaande van laatstgenoemd tijdstip zou dat betekenen dat Gerrigje zo'n twintig uur in hulpeloze toestand in de stal heeft gelegen.

Voor wat betreft de vraag hoe de daders de boerderij zijn binnengekomen, vermoedt de politie dat zij kans hebben gezien ongemerkt via de achterdeur in de stal te komen. Waarschijnlijk hebben zij vervolgens daar Gerrigje overvallen op het moment dat de vrouw de grendels van die deur dicht wilde schuiven. In de stal lagen ook zowel de schop als de mestgreep. Na de vrouw te hebben neergeslagen, moeten zij richting woonkamer zijn gelopen. Gezien de plaats waar hij door de overvallers werd neergeslagen, gaat de politie ervan uit dat de oude Van Wiggen was afgekomen op het gedruis uit de stal. Aangenomen wordt verder dat de daders de plaats delict via de voordeur hebben verlaten. De grendels zijn namelijk weggeschoven, terwijl de deur zelf is afgesloten. De sleutel, die normaliter aan de binnenkant van deze deur steekt, blijkt te zijn verdwenen! Speurhond Grimm van rijksveldwachter Van Beusekom, die lucht heeft opgenomen van de steel van de schop, volgt over een lengte van enkele kilometers een spoor, dat naar een in het plaatselijke haventje liggende woonboot De Ark voert en dat vervolgens iets verderop eindigt bij de rivier de Lek, 'alwaar hij tot in het water zocht'.