In het centrum van Utrecht, aan het Hoogt 7, vindt u het Museum voor het kruideniersbedrijf. Het is een kleine ruimte, ingericht als kruidenierswinkel uit ongeveer 1850. U kunt er ulevellen kopen en andere ouderwetse snoepjes en koekjes.

Heel lekker, want vroeger kende men nog geen margarine. U kunt er ook een serie boekjes kopen die het leven beschrijven van kruideniersvrouw Betje Boerhave. Het is het gefingeerde dagboek van kruideniersvrouw Betje Boerhave. De boekjes, 7 stuks in totaal, lezen als een trein want Betje Boerhave maakt een heleboel mee.
We halen er een stukje uit. Op donderdag 4 juni 1885 gaat Betje, haar man Willem is net overleden, met hartsvriendin Mien op reis naar Tiel. Komend uit Utrecht gaat het gezelschap met de gierpont over de Lek en komt aan in Hotel "De Korenbeurs" van hotelier Vulto.

Donderdag 4 juni

Ik ben in Culemborg. We hebben zojuist ontbeten. Even alles opschrijven. Na een middagrit wikken en wegen werden we het gisteren eens in het veerhuis aan de Lek met het zicht op Culemborg aan de overzijde. Betje Boerhave-1.jpg We wandelden daarna naar de aanlegplaats en keken toe hoe Geurt de paarden stapvoets en behoedzaam de pont liet oprijden. De veerbaas legde ons uit hoe de stroom het werk deed en juist toen we midden op de rivier waren denderde een trein over de vlakbij aangelegen spoorbrug. Tezelfder tijd zwenkte een stoomboot voor ons langs de haven binnen. Een geweldige belevenis. Culemborg kwam mij voor als een echte stad. Door een drukke straat kwamen wij uit op de Markt, eigenlijk één enorme rechthoek met veel winkels aan weerszijden maar ook riante herenhuizen. We stapten af aan het einde bij Hotel „De Korenbeurs" tegenover een kerk in aanbouw en vlakbij een oude stadspoort. Naast ons hotel nog een ander, kleiner hotel genaamd Vermeulen. Onze hotelier, de heer Vulto, vertelde ons dat er in Culemborg nog veel meer logementen waren, van mindere rang uiteraard en merendeels al in de vorige eeuw gebouwd toen Culemborg als bedevaartplaats bekendheid genoot. Men kon er de heilige Antonius van Egypte om voorspraak vragen voor de genezing van allerhand kwalen van mens of dier. Dit laatste omdat de heilige de schutspatroon is van de boeren. Hij wordt dan ook wel afgebeeld in gezelschap van een varken. Dat Culemborg als vrijplaats een toevluchtsoord voor misdadigers zou zijn geweest wees de heer Vulto van de hand. Het ging, zei hij, alleen maar om bankroetiers en dat waren van huis uit keurige zakenmensen, meest reders, die door het vergaan van hun schip in moeilijkheden waren geraakt. Een onderhoudende man, meneer Vulto. We aten lekker en na de koffie dronken we samen nog een fles Moezelwijn in de hoop op een goede afloop. In een grote ouderwetse kamer aan de voorzijde bestegen we daarna van beide kanten een breed hemelbed, zó breed dat het leek of we niet samen maar ieder apart in het dalend dons verzonken lagen. Ik kom naar je toe, zei Mien, om nog wat te praten. Ik voelde haar knie en Mien zei, ik voel je knie. Zo waren we het helemaal eens en ik vroeg waarover zullen we praten. Over niets zei Mien. Zo is het heerlijk. Wat ruik je lekker zei ik. Uit Parijs. Kus me. We kusten elkaar welterusten, en ik voelde me sinds lang weer een beetje gelukkig. Straks rijden we naar Tiel. Mien zal daar in het Hotel waar ze altijd logeert een gesprek arrangeren met de pleegouders van Peter.

Vrijdag 5 juni

We verlieten vanmorgen Culemborg om een uur of tien en kwamen al spoedig bij de oprit naar de Lekdijk. Die leek ons zo stijl, dat we verkozen uit te stappen. Betje Boerhave-2.jpgWe genoten even van het uitzicht over de rivier en de uiterwaarden onder een open lucht waarin wat witte wolken krulden en reden toen verder stapvoets over de smalle, bochtige en zeker meer dan tien meter hoge dijk. Ik was blij toen na een kwartier de weg ons naar beneden in Beusichem binnen leidde. Ik heb trek in koffie zei Mien. Beusichem is een klein dorp maar de markt bij de kerk is groot, zo ook het aantal herbergen. Voor een net uitziend koffiehuis met tafeltjes onder de luifel lieten we Geurt stilhouden. We dronken er redelijk goede koffie. Hier in Beusichem, zei Mien, was mijn vader kind aan huis. Ieder jaar, op de derde zaterdag in juni wordt hier de grootste paardenmarkt van het land gehouden. Tenminste, dat zei vader. Hij bleef dan ook meestal een week onder water. We stapten weer in en passeerden even later Asch niet veel meer dan een paar, overigens wel kapitale boerderijen. Hoe is het met je boeren in Benschop en IJsselstein vroeg ik. Goed dat je het zegt zei Mien. Ik ben er sinds toen met jou niet meer geweest maar de Notaris daar int de pacht en dat komt dan wel weer bij de bank terecht. Je hoort nog wel eens van notarissen die er met de kas vandoor gaan plaagde ik. O ja, zei Mien, in Griekenland is er een hele kolonie van. Door een poort reden we het stadje Buren binnen en na niet meer dan een minuut er aan de andere kant weer uit. Nog een uur zei Mien, dan zijn we er. Dat bleek inderdaad het geval. Door een lange rechte tamelijk smalle winkelstraat kwamen we uit op een klein, knus marktplein met een monumentale pomp in het midden. Daar, wees Mien, logeren we, in Hotel Corbeleyn. Je kon wel merken dat Mien hier een geziene gast was want na elkaar kwamen een chasseur, een kelner, een stalknecht en de heer Corbeleyn zelf toegeschoten om ons behulpzaam te zijn. Eerst maar weer eens koffie vond Mien en dan zien we wel verder.

Zaterdag 6 juni

Betje Boerhave-3.jpg

Ik ben weer thuis. Mien had vanuit Tiel wel meteen door willen gaan naar Den Bosch en dat was ook wel min of meer afgesproken maar ze ging meteen accoord toen ik zei liever even naar huis te willen met het oog op de kinderen. We stapten vanmorgen in Geldermalsen op de trein naar Utrecht. Geurt kon zonder ons ook wel naar huis rijden en het spaarde ons tijd. Mien had gisteravond in ons hotel een gesprek met de van Gessels terwijl ik een wandeling maakte. Een klein, deftig stadje, erg schoon en met een prachtig uitzicht op de Waal. De pleegouders van Peter hebben toegestemd in een verhuizing naar Utrecht waar Mien zal zorgen voor een aardig huis en een goede betrekking voor van Ges- sel. Peter komt bij Mien maar zijn pleegouders zijn dan iedere dag voor hem bereikbaar. Hij krijgt er, laat ik maar zeggen een moeder (Mien) bij. Volgende week dinsdag of woensdag gaan we naar Den Bosch voor mijn kleindochters.

Hotel de Korenbeurs op een ansichtkaart