De slag bij Woeringen copy

De Slag bij Woeringen (5 juni 1288)

Dr. Emile Smit zal ons op zijn eigen boeiende wijze vertellen waarom deze slag belangrijk was en wat de gevolgen waren voor onze omgeving.

Op 5 juni 1288 werd de beslissende slag geleverd in de Limburgse Successieoorlog (1286-1289). In een strijd die als insteek had de opvolging in het Hertogdom Limburg –iets ten zuiden van de huidige Nederlandse provincie Limburg – troffen de legers van een aantal regionale vorsten uit het huidige Nederland en het westen van Duitsland elkaar. Grote winnaar van de slag was hertog Jan I van Brabant. Bij de verliezers was graaf Reinald I van Gelre. De oorlog en de slag hadden daardoor gevolgen voor onze omgeving, waar de stad Tiel nog tot Brabant hoorde en waar dus ook forse gevechten in de oorlog plaats vonden. Dat militaire verhaal komt uitgebreid aan de orde in de lezing. Maar er zal ook aandacht zijn voor de gevolgen: de aandacht van de verliezende Gelderse vorsten richtte zich in de toekomst op het noorden, omdat het zuiden vast in Brabantse handen raakte. Door het feitelijke faillissement van Reinald I van Gelre werd voor het eerst een totaal financieel overzicht van zijn land gemaakt, een zeldzame bron voor de vroege historie.

De Slag bij Woeringen2

Tot slot nog een rijmkroniek:

Uit: Jan van Heelu, Rijmkroniek betreffende Woeringen, de verzen 6587-6670.

Alsoe lange als die baniere duerde
Van Gelre, die daer vuerde
Een vrome ridder ende een stout,
Van Greverode her Arnout:
Hem gingen alsoe toe
Die Brabantre met crachte doe.


                                                          Aldus keerde hi vanden velde.
De Slag bij Woeringen3Die baniere wert, met ghewelde,
Weder opgehouden thant
Eerlike, van enen seriant
Die vromich was ende coene:
Dien staken die Brabantsoene
Onder die baniere doot.
Doen bleef die grave in selker noot,
Doen hi anderwerf sach sinken
Die baniere, dat hi dincken
En wiste wat, noch ane gaen:
Gherne ware hi in hant gegaen;
Maer hine dachte om geen vlien,
Wat daer sijns soude gescien.
Soe vromich was hi ende soe stout!
Van Loen die grave her Arnout,
Al was hi daer ten stride
Comen, in des hertoghen side,
Alsoe sciere als hem wert cont
Hoet metten grave van Gelre stont,
Toghene natuere van maechscape,
Ende dede doen sciere enen knape
Den grave van Gelre, sonder vieren,
Wapenroc af, ende richieren.
Dus brachte hine uter porsen
Woeringen en de oriëntatie van het Maasland
Ende dedene haestelike ontorsen,
Ende enen maten hinxt bescriden.
Alsoe wert hij, te dien tide,
Den Brabantren verstolen,
Ende enen riddere vort bevolen,
Den borchgrave van Montenaken,
Die men beval op die sake
Dat hine vanden velde soude vueren.
Doent gevielt, met aventueren,
Dat daer viere seriante quamen
Van Brabant, die vernamen
Dat men daer enen heere barch,
Om te houdene, sonder arch;
Maer sine wisten niet wi hi was.
Met dien quam een tas,
Beide van lieden ende van orssen,
Die ter vaert metter porssen
Den grave van Gelre reden af,
Vanden riddere, die menne gaf
Om dat hine van den velde soude leiden.
Dat sceden van hen beiden
Hadden die seriante vernomen:
Mettien sagen sine comen
Ende grepenne ane ter vaert.
Ende leiddene ten logen waert
Met hen, doen die strijt sciet.
Noch doen en kenden sijs niet;
Maer doen si sine wapene ontbonden,
Ende sijn teken daer ane vonden,
Doen kinden si wel openbare
Dat die grave van Gelre ware,
Dien si hadden in haer gewout.
Doen wert daer bliscap menichfout
Onder die Brabantre over al.
Ware den grave dat geval
Ghesciet, dat hi ware bleven,
Soe groote daet hadde hi gedreven,
In sine wapene ghevaen,
In weringe ende in weder staen,
Soe ware hi des strijts in eeren
Verre boven alle heeren.
Die van diere siden quamen,
Si daden quaet, die dat benamen.
Nochtan, hoe dat verginc daer mede,
Het was der heren een, diet best dede
Ende lanxt inden strijt geduerde.
Hoe dat hi hem daer aventuerde
Es hier ter waerheit nu gesegt;
Want daer en es af noch toe gelegt;
Ende hoe dat verginc met sinen lieden
Die door noot van hem scieden
Ende nochtan bleven in weringen,
Dat salic na toe bringen;

Wie nog meer wil lezen: zie: http://www.graafschap-middeleeuwen.nl/joomla/index.php/oorlogvoering/oorlogen/196-slag-bij-woeringen-1288.html

De lezingen van Voet worden gehouden in Theater De Fransche School, Havendijk 1, Culemborg Ze beginnen om 20:00 uur, om ongeveer 21:00 uur is er een koffie- en theepauze en de lezingen worden afgesloten rond 22:30.

De lezingen zijn gratis en voor iedereen toegankelijk. Alles tenzij anders aangegeven in de beschrijving van de lezing.